ConCeption

Wie schrijft die blijft... of toch niet?

Terug

De kerk is geen koekjesfabriek, maar toch …

Gepubliceerd op: 24 februari 2012
Categorie: Leadership

Er is een groot verschil tussen veranderingsprocessen in een kerk en in een seculiere organisatie. Veranderingen in een kerk moeten beginnen bij het hart van de mensen en dat moet de God van de kerk bewerken! Als dienaren van de kerk kun je het veranderingsproces ondersteunen. In de kerk is een visie niet maakbaar, in een seculiere organisatie juist wel. Kerken en christelijke organisaties kunnen echter wel iets leren van het bedrijfsleven als het gaat om het uitvoeren van plannen.

Het vraagstuk van ‘management in de kerk’ blijkt zeer herkenbaar te zijn voor christenen, zo heb ik in de afgelopen 15 jaar kunnen constateren. Dat is de tijd dat ik ook met leiderschap actief ben in het Koninkrijk van God. De Nederlandse kerken hebben duizenden zeer bekwame christenmanagers in hun banken zitten, die voor hun gevoel hun bekwaamheden alleen buiten de kerkmuren mogen gebruiken. Want de kerk is nu eenmaal geen koekjesfabriek, zo wordt hen voorgehouden!

Aan de andere kant zijn er kerken die veel te gemakkelijk de methoden uit het bedrijfsleven toepassen in hun beleid, omdat die managementachtige manier van werken ‘zichzelf al zo vaak heeft bewezen in andere kerken’. Omdat er mensen in de kerkbanken zitten die weten hoe zoiets moet, gaan ze die veranderkar wel even trekken.

De kerk heeft vaak leermeesters in huis

Beide genoemde uitersten moet je in een veranderingsproces proberen te vermijden. Pas op voor het overnemen van systemen, je kunt er een werk van Gods Geest mee dood slaan. Vanuit dat besef kun je daarna veel ambachtelijke waarheden uit de koekjesfabriek halen en kunnen oprechte christenen met ervaring uit het bedrijfsleven, van grote waarde zijn voor de kerk en voor de christelijke organisatie. Voorgangers en predikanten moeten echter wel durven leren van deze mensen.
De kerk is geen koekjesfabriek, maar de kerk kan wel heel veel leren van de koekjesfabriek. Zelfs hoe het niet moet! Er is een prachtig boekje in het Engels verschenen onder de titel Leadership by the Book van Ken Blanchard, Bill Hybels,en Phil Hodges . Het is een roman waarin een predikant, een hoogleraar en een ondernemer met elkaar in gesprek zijn over de dingen die ze van elkaar zouden kunnen leren. Een eenvoudig en toegankelijk boekje met vele verrassende lessen. In dat boek wordt bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat managers uit het bedrijfsleven veel kunnen leren van een predikant!
Er zijn drie hoofdredenen waarom veel kerkelijke leidinggevenden zich afkeren van begrippen als ‘management’ en ‘marketing’.

  1. We durven niet te leren van dingen die niet meteen uit de Bijbel lijken te komen.
  2. We hebben te kampen met de angst voor het onbekende, vooral als het uit Amerika komt.
  3. We moeten de beperkingen van de soortgenoten onder ogen zien. Vaak gaat het om mensen met eenzelfde soort karakter. Kerkelijk leidinggevenden zijn meestal van nature geen beslissers, maar juist beschouwers. Deze beroepsgroep bevestigt elkaar in hun eenzijdige manier van kijken.

Die drie verklaringen wil ik nader toelichten.


1. Willen we wel leren?De eerste gewetensvraag aan iedereen die fulltime in de kerk werkt, luidt: willen we als kerkleiders überhaupt wel iets leren van het bedrijfsleven? Het is een beetje ‘Hollands’ (het past bij onze volksaard) om niet primair iets ván een ander te willen leren, maar juist graag áán een ander te willen vertellen hoe het eigenlijk zou moeten. Predikanten hebben van nature een leraarsrol. Uiteraard willen ze ook zelf wel iets nieuws leren, zeggen ze. Maar dan wel vanuit Gods woord en door de heilige Geest, of van andere ‘herders’. Maar willen ze ook leren van het bedrijfsleven? Colleges volgen uit de tempels van de Mammon? Oei!
Jezus houdt zijn discipelen voor dat ze (zelfs) kunnen leren van de onrechtvaardige rentmeester (Luc. 16:8). Er zijn nog wel meer voorbeelden uit de Bijbel waar ons als christenen dergelijke situaties ten voorbeeld worden gehouden, van het bouwen van de toren uit Lucas 14:28-30 tot en met de atletiekwedstrijden uit Hebreeën 12:1 en Filippenzen 3:14.
Kerkelijk leiders moeten een wilsbesluit nemen om te gaan leren op dit terrein. Een andere oplossing is er niet. De natuurlijke afkeer moeten zij daarbij even opzijzetten. De gevaren die er absoluut zijn moeten ze even parkeren en eerst op de goede dingen letten.
Er zijn veel dingen die we in de kerk kunnen leren van het bedrijfsleven. Opmerkelijk is dat kerken en christelijke organisaties al jarenlang alles wat met accountancy en boekhouding te maken heeft (ook uit het bedrijfsleven), hebben omarmd. Ook computers en databasesystemen (voor ledenadministratie) zijn probleemloos in de kerk ingevoerd. Nu rest nog de vraag hoe we de weerzin tegen de andere technieken overwinnen.

2. Angst voor het onbekende
Het zit in ons allemaal dat we niet snel bereid zijn om iets nieuws te proberen (uitzonderingen daargelaten). Dat geldt helemaal voor datgene dat afkomstig is uit het deel van de maatschappij waar God met voeten wordt getreden. Een zekere argwaan is overigens wel terecht. Er is veel verkeerds aanwezig in allerlei leiderschapstrainingen en filosofieën, en ook christenen in het bedrijfsleven kunnen daar gemakkelijk mee worden besmet. De tweede reden voor de Nederlandse christelijke argwaan heeft te maken met de herkomst van veel leiderschapstheorieën. Veruit het grootste deel is afkomstig uit de Verenigde Staten. In dat land zijn christendom, bedrijfsleven en management veel meer verweven dan in welk ander land ook. Wij zien tv-dominees, megakerken met allerlei leerboeken over hun succesmethodes, we zien gelikte verhalen en we krijgen daarover allerlei ambivalente gevoelens. Al heel snel groeien die uit tot afkeer. Omdat in de VS de kerken heel gemakkelijk (soms té gemakkelijk) dingen uit het bedrijfsleven overnemen, is onze achterdocht (en angst) al snel gevoed.


3. De karakterkwestieWetenschappelijk kan ik het niet bewijzen, maar ik denk dat veel predikanten (en voorgangers) op elkaar lijken. De uitzonderingen bevestigen de regel. De meeste voorgangers zijn geen managers en meestal ook geen ondernemers of visionairs. Het zijn vaak beschouwers of herders. Dat maakt hen ook zo geschikt voor hun ambt (of roeping). Elke psycholoog kan jou en mij uitleggen dat herders en managers mijlenver van elkaar afstaan. Dat geldt ook voor beschouwers (of geleerden) en ondernemers. Het is daarom logisch dat begrippen als leiderschap, management, marketing en strategie niet tot het primaire vocabulaire van de predikant horen. Zelfs niet als we die woorden vervangen door minder beladen alternatieven. Het past gewoon niet bij het karakter van een predikant. Omdat een predikant wel vaak ‘dominant’ is (wat bij zijn functie past) zal hij niet gemakkelijk ontdekkingsterreinen opzoeken die tegengesteld zijn aan zijn eigen terrein.
Toch hebben deze herders en beschouwers in hun team mensen nodig die complementair aan hen zijn, bijvoorbeeld managers en ondernemers. Juist ook in de kerk. Juist ook in christelijke organisaties.

De gevaren van de koekjesfabriek

Nu de keerzijde van dezelfde medaille. Er schuilt een groot gevaar in het (klakkeloos) overnemen van de successen van de koekjesfabriek. Het juichend omarmen van de ervaringen en methodes uit het bedrijfsleven kan ‘dodelijk’ zijn voor een kerk of christelijke organisatie. Ik zou graag met levensgrote letters willen benadrukken dat ‘leiderschap’ als vaardigheid voor de kerk in Gods ogen niet los verkrijgbaar is van discipelschap. Leiderschap zonder onderwerping aan Gods wil en zonder een relatie met de levende God is levensgevaarlijk. Wij kunnen bij de ‘ander’ niet zien of hij met of zonder God de leiderschapslessen wil introduceren in de kerk. Soms houden we onszelf voor de gek doordat we denken geestelijk goed bezig te zijn, maar niet durven (h)erkennen dat we in feite ons eigen intellect en ambitie kietelen.

Eerst het hart, dan de methode

Het tweede dat ik wil benadrukken, is het omarmen van succesvolle ‘christelijke methodes’. Wat in Zwolle werkt, moet toch ook in Apeldoorn kunnen? Maar dat is hetzelfde als nieuwe zakken bedenken om de oude wijn in te stoppen. Als christelijk kopiëren van andere kerken al gevaarlijk is, dan is het overnemen van methodes uit het bedrijfsleven niet minder gevaarlijk. Wanneer methodes belangrijker worden dan de inhoud, dan wordt het geheel een hol vat dat kan uitgroeien tot een witgepleisterd graf (om het maar eens in bijbelse termen te zeggen). Bestaat dat gevaar echt? Jazeker! Een voorbeeld. Er zijn honderdduizenden boeken verkocht van Rick Warrens Doelgerichte Gemeente en Doelgericht Leven. Boeken die een methode (stappenplan) beschrijven die in de VS geboren is vanuit een hartstochtelijke visie. Met die visie is helemaal niets mis. Het is echter een reëel gevaar dat wij als lezers van de boeken primair de methode overnemen en dat er van het laten groeien van de visie in ons hart (dat er aan vooraf moet gaan) weinig terechtkomt. Wat we bij deze boeken (en vele andere) eigenlijk alleen zouden moeten doen, is ons door de visie laten aansteken (dus ons door Gods Geest laten veranderen) en vervolgens zelf een methode bouwen die bij ons of bij onze kerk past. Dan kunnen we daarna best wel leren van methodes uit de vele boeken die we gelezen hebben, zelfs van methodes die uit het bedrijfsleven komen! Maar eerst de identiteit in (of intimiteit met) Christus, dan de hartsvisie en pas daarna de ondersteunende methodes, het leiderschapsambacht. Want het gaat in feite om nieuwe wijn (de inhoud, het symbool voor wat God doet), en daarbij horen dan nieuwe zakken (de vormen waarin de geestelijke motivatie gestalte krijgt).

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze blog

Reageer op deze blog


Verplicht maar verborgen